Nieuwe publicatie

Minder draininfecties na invoering nieuw operatieprotocol
In dit artikel van de afdeling neurochirurgie van het Radboudumc worden de resultaten beschreven van hun studie naar het voorkomen van draininfecties na invoering van een nieuw operatieprotocol in 2012.

Een hydrocefalus, ook wel een ‘waterhoofd’ genoemd, is een aandoening die op iedere leeftijd voor kan komen en betekent dat de hersenkamers groter zijn dan normaal. In deze hersenkamers zit hersenvocht (‘liquor’). In de normale situatie stroomt het hersenvocht, dat dagelijks geproduceerd wordt, via de hersenkamers om de hersenen en het ruggenmerg heen en wordt vervolgens weer opgenomen in het bloed. Wanneer er te veel hersenvocht is, zetten de hersenkamers uit en worden de omliggende hersenen weggedrukt. Afhankelijk van de leeftijd waarop de hydrocefalus ontstaat, kunnen de klachten bestaan uit het groter worden van het hoofd (bij hele jonge kinderen), hoofdpijn, braken, bewustzijnsdaling of slecht zien.

Eén van de mogelijke behandelingen is het inbrengen van een drain (‘shunt’) door een neurochirurg. Deze drain zorgt ervoor dat het teveel aan hersenvocht in de hersenkamers via een slangetje wordt afgevoerd naar de buik (meest voorkomend), het hart of de longen. Alhoewel dit een relatief kleine  operatie is, bestaat er altijd het gevaar op een infectie. Deze infectie kan ontstaan doordat er bacteriën van de huid via het materiaal van de shunt in het lichaam komen. Een dergelijke infectie kan ernstige gevolgen hebben en leidt tot diverse extra operaties en een lange ziekenhuisopname. Om het aantal infecties te verminderen, is er in 2012 besloten om het operatieprotocol in het Radboudumc aan te passen. Deze aanpassing is gebaseerd op de wetenschap dat het merendeel van de bacteriën die deze infecties veroorzaakt, gedood wordt door het antibioticum vancomycine.
Door al het materiaal dat tijdens de operatie gebruikt wordt eerst in te laten werken met dit antibioticum alvorens het in te brengen, is het de neurochirurgen in Nijmegen gelukt om het aantal draininfecties te verlagen van 6,8% naar 3,0%. Dit resultaat is zo goed, dat het Nijmeegse protocol nu uitgerold wordt naar andere neurochirurgische centra.


Lees hieronder het abstract (Engelstalige samenvatting):

OBJECT Despite many efforts at reduction, cerebrospinal fluid (CSF) shunt infections are a major cause of morbidity in shunt surgery, occurring in 5-15% of cases. To attempt to reduce the shunt infection rate at our institution, we added topical vancomycin (intrashunt and perishunt) to our existing shunt infection prevention protocol in 2012.
METHODS We performed a retrospective cohort study comparing all shunted patients in January 2010 to December 2011 without vancomycin (control group, 263 procedures) to all patients who underwent shunt surgery between April 2012 and December 2015 with vancomycin (intervention group, 499 procedures). RESULTS The overall shunt infection rate significantly decreased from 6.8% (control group) to 3.0% (intervention group) (p = 0.023, absolute risk reduction 3.8%, relative risk reduction 56%). Multivariate logistic regression analysis confirmed that the addition of topical vancomycin showed that cases treated under a protocol of topical vancomycin were associated with a decreased shunt infection rate (odds ratio [OR] 0.49 95% CI 0.25-0.998; p = 0.049). Age < 1 year was associated with an increased risk of infection (OR) 4.41, 95% CI 2,10-9,26; p = 0.001). Time from surgery to infection was significantly prolonged in the intervention group (p = 0.001).
CONCLUSION Adding intraoperative vancomycin to a shunt infection prevention protocol significantly reduces CSF shunt infection rate.


Artikel link: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29171801
van Lindert EJ, Bilsen MV, Flier MV, Kolwijck E, Delye H, Oever JT.

Topical vancomycin reduces the cerebrospinal fluid shunt infection rate: A retrospective cohort study.
PLoS One. 2018 Jan 9;13(1):e0190249. doi: 10.1371/journal.pone.0190249. eCollection 2018.