Nieuwe publicatie

Minimaal invasieve chirurgische behandeling van een bootschedel
In dit artikel van kinderneurochirurg dr. van Veelen uit het Erasmus MC worden de resultaten beschreven van een minimaal invasieve operatie bij kinderen met een bootschedel.

Craniosynostose betekent dat één of meerdere schedelnaden te vroeg aan elkaar zijn gegroeid, wat ervoor zorgt dat de schedel een afwijkende vorm krijgt. In het geval van een bootschedel (‘scaphocefalie’) is de pijlnaad (‘sutura sagittalis’) te vroeg dichtgegroeid. De pijlnaald loopt van voor naar achter tussen de grote en kleine fontanel, midden over het hoofd. Hierdoor ontstaat er een lang gerekte, smalle schedel. Dit is de meest voorkomende vorm van craniosynostose.
Omdat een deel van de schedel niet met de rest van de hersenen meegroeit, kan een verhoogde druk in de hersenen ontstaan. Om dit te voorkomen en om de vormafwijking te corrigeren, wordt een operatie uitgevoerd.
De timing van deze operatie is lastig: aan de ene kant wil men vroeg opereren om de groei van de hersenen en schedel zo normaal mogelijk te laten verlopen; aan de andere kant wil men ook niet te vroeg opereren, met de kans dat de schedel alsnog te klein is of een afwijkende vorm heeft, waarvoor een tweede operatie nodig is.

In het verleden werden alle kinderen geopereerd middels een relatief grote ‘open’ operatie, waarbij de schedel direct tijdens de operatie volledig gecorrigeerd werd. Sinds enkele jaren is er echter ook de mogelijkheid, indien er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, om deze operatie ‘minimaal invasief’ uit te voeren. Dit houdt in dat de gesloten schedelnaad verwijderd wordt en het kind daarna wordt behandeld door middel van een helmtherapie of het plaatsen van twee springveren in de open gemaakte schedelnaad tijdens de operatie. Deze nabehandeling zorgt ervoor dat de schedel de uiteindelijke, goede vorm krijgt. Een dergelijke nabehandeling is niet nodig met de open operatie.
De minimaal invasieve methode heeft als voordelen dat kinderen eerder geopereerd kunnen worden (tussen de 4-6 maanden, in plaats van tussen de 9-12 maanden), de operatietijden korter zijn, er minder bloedverlies is tijdens de operatie, het herstel en de tijd in het ziekenhuis minder lang zijn, en het litteken kleiner is. Nadelen zijn de nabehandeling; ofwel de helmtherapie, ofwel een (kleine) tweede operatie om de springveren te verwijderen.

In dit artikel staan de resultaten beschreven van een van groep kinderen die op de minimaal invasieve manier geopereerd zijn met het plaatsen van twee springveren tijdens de operatie. Het blijkt dat deze operatietechniek inderdaad minder invasief is, maar wel net zo effectief en veilig als de open operatie. Ook op de leeftijd van drie jaar, zijn de effecten van beide operaties gelijk.
De toekomst moet uitwijzen of de cosmetische resultaten en het ontwikkelingsniveau van de kinderen ook op oudere leeftijd vergelijkbare resultaten laat zien.


Lees hieronder het abstract (Engelstalige samenvatting):
BACKGROUND:
This series describes the results of minimally invasive strip craniotomy with additional spring distraction.
METHODS: Included are the first 83 consecutive patients who underwent this procedure (January 1, 2010, to January 1, 2014). Outcome parameters were collected prospectively and included surgical parameters and complications, the occurrence of papilledema, skull growth, cephalic index, and photographic scores.
RESULTS: Duration of surgery was 63 minutes, 19 percent required blood transfusion, and complications were minor. Postoperative papilledema occurred in two patients (2.4 percent). Head growth increased after insertion of the springs and declined afterward to 0.7 SD, comparable to earlier cohorts in the authors’ center. The cephalic index increased from 67 before surgery to 74 after surgery and showed a small decrease during the 4-year follow-up. Photographic scores confirmed the initial improvement and showed a trend to further improvement during follow-up.
CONCLUSIONS: In this cohort, spring-assisted, minimally invasive strip craniotomy was safe and effective. Results were similar to those from other techniques but with smaller incisions, shorter interventions, reduced blood loss, and a lower incidence of postoperative papilledema.
CLINICAL QUESTION/LEVEL OF EVIDENCE: Therapeutic, IV.


Artikel link: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29036024


van Veelen MC, Kamst N, Touw C, Mauff K, Versnel S, Dammers R, de Jong THR, Prasad V, Mathijssen IM.

Minimally Invasive, Spring-Assisted Correction of Sagittal Suture Synostosis: Technique, Outcome, and Complications in 83 Cases.

Plast Reconstr Surg. 2018 Feb;141(2):423-433.